Door het oog van de naald

Johannes (Hannes) Timmers

In de Vinkelsestraat B75 woonde de familie Timmers. Aanvankelijk huurde Hannes Timmers deze boerderij maar in 1923 kocht hij ze van Martinus van de Westerlaken.
In maart 1944 vervaardigde Tibosch uit Berlicum tekeningen voor de verbouwing van de boerderij. Er werd onder andere beneden een slaapkamer bijgemaakt. Nadat deze boerderij bovendien een nieuw rieten dak gekregen had, ontving ze de naam Dennehoeve. Trots waren deze letters in het riet verwerkt.
De boerderij lag aan de Vinkelsestraat te Maliskamp achter de bossen bijna op het eind van de gemeentegrens van Rosmalen. Ze lag daar heel rustig in een landelijk gebied en het was een uitermate geschikte plaats voor onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hierover kunnen we lezen op de pagina’s 144 t/m 146 in de Timmerskoerier nummer 2 van 1994 en op pagina 254 van Timmerskoerier 1996-2.

Het werd steeds drukker op het erf van Hannes Timmers. Niet alleen zijn broer Adrianus [Janus] met vrouw en dochter Lien en zoontje Aart woonden in een verbouwde kippenkooi, maar ook de onderduikers Herman en Lucie en de gedeserteerde Duitse soldaat Peter waren er te gast.

Toen de gevechten heviger werden en het bericht verspreid werd dat Den Bosch aangevallen zou worden, was dochter Nelly met haar man Mies van der Donk, die na hun trouwen in die stad in de Elzenstraat waren gaan wonen, naar de Vinkelsestraat gekomen. Hier was het immers rustiger; zo beschut achter de bossen. Hoe anders zou alles gaan verlopen.

Nelly en Marinus van der Donk

Op het erf stonden naast de boerderij vier hooimijten, waarvan er één hol was en diende als schuilplaats voor de onderduikers en er waren twee schuilkelders aangelegd. Aanvankelijk werden deze door Duitser Peter afgekeurd omdat iedereen op slag dood zou zijn als er een granaat in zou vallen want deze zou direct bij de personen belanden. Er moest in L-vorm gebouwd worden.

Verderop in de straat stond de boerderij van Van Berkel, die vol munitie lag en bij de dam was een bunker. In die bunker had Janus Timmers prikkeldraad zien liggen dus die ging hij ophalen. Hij gooide enkele kistjes in de sloot om er gemakkelijker overheen te komen en liep eroverheen en met het prikkeldraad ook weer terug. Wat heeft hij geluk gehad. Peter, die dus in het leger gezeten had en het een en ander van wapens afwist, kwam erachter dat die kistjes landmijnen waren. Je ziet maar weer, zonder geluk ……..

Een andere Timmers, namelijk Martien, de zoon van Hannes, had ook veel geluk. Hij was erg nieuwsgierig naar wat er in de boerderij van Van Berkel zoal te vinden zou zijn. De herd en de stal bleken vol met onder andere tankmijnen, handgranaten, pantservuisten en allerlei soorten wapens te liggen. Ook hier was het weer Peter die waarschuwde en zorgde dat Martien voorzichtig deze boerderij verliet.

Op een gegeven moment gingen de Duitsers in de gemeentebossen aan de overkant van de Vinkelsestraat schuttersputten en loopgraven aanleggen. Maar ook kwamen ze de herd van de boerderij vorderen. De tafel en de stoelen werden opzij geschoven en er moesten slaapplaatsen voor zo’n 15 soldaten en hun commandant gemaakt worden. Hiervoor wilden ze ook graag hooi gebruiken om wat zachter te liggen. Dus werd er gekeken naar de hooimijten van Hannes Timmers. De eerste werd gesloopt en juist toen ze op de hooimijt zaten die als schuilplaats voor de onderduikers diende, begonnen de Engelsen weer vanaf de overkant van de Wetering te vuren. De Duitsers vluchtten op tijd weg voordat ze iets hadden kunnen ontdekken.

Op zekere dag was een erwtenmijt afgebrand. Het heeft lang gebrand en daarna leek het net of de erwten gedorst waren. Maar raakte je ze aan dan vielen ze als stof uit elkaar. Door die mijt liep juist een kabel van de Duitsers naar de boerderij van Van Galen om verbinding te houden met de soldaten die in het veld bij de Wetering lagen. Dus contact verbroken. De Duitsers dachten dat er sabotage gepleegd was en kwamen verhaal halen bij Timmers. Iemand van hen zou de kabel wel doorgesneden hebben. Janus Timmers bleef zeer kalm en liep naar de verbrande erwtenmijt toe en liet de Duitsers de kaal gebrande kabel zien waar kortsluiting had opgetreden. Het werd geloofd en niemand hoefde mee. Dit wist Martien Timmers uit Canada zich nog goed te herinneren.

Dat schieten gebeurde vele avonden op rij. Meestal liep het goed af maar op zekere dag, vermoedelijk 28 of 29 september 1944, werd de boerderij zelf in brand geschoten. In een mum van tijd stond ze van voor tot achter in brand. Geen tijd om iets uit de boerderij te redden. Geprobeerd werd door Martien om de nieuwe gordijnen van de pas gebouwde slaapkamer van vader Timmers te redden, maar dat mislukte. Vader Hannes zei later: “Had mijn jas die aan de deur hing maar meegenomen”, want daar zat het geld in dat hij gebeurd had bij de verkoop van een kalf. Maar in zulke paniekmomenten weet je vaak niet wat te doen. Gelukkig waren er geen persoonlijke ongelukken, iedereen was veilig. Men was wel door het oog van de naald gekropen.
De broers Wim en Martien Timmers hadden nog wel geprobeerd om de fietsen die op zolder in een vrijstaande schuur stonden naar beneden te halen en in veiligheid te brengen voor het geval de schuur ook vlam zou vatten. Ze moesten echter snel hun poging staken want de kogels vlogen hen om de oren. Op handen en voeten kropen ze snel naar de schuilkelder terwijl ze op moesten passen voor het rondvliegend glas van de kippenkooi.

Waarschijnlijk is er doorgegeven dat er volop munitie verborgen lag in een boerderij maar dat was bij de buren,  bij Van Berkel. Er stonden aan de Vinkelsestraat twee boerderijen, dus 50% kans.

Het werd behelpen met zoveel mensen en dan zonder woning, zonder spullen.
Martien vertelde: “Schuilkelder 1 lag vlak achter de kippenkooi en hier hebben Peter, Lucie, Gerrit [ook een broer van Martien], Wim en ik veel tijd doorgebracht. Zowel voor als na de brand hebben we hier vele nachten en daggedeeltes ‘gewoond’. Door het dak hadden we een pijp gemaakt die een stukje boven de grond uitstak voor aanvoer van zuurstof. Hierdoor hoorden we de tanks aan de overkant van de Wetering duidelijk schieten. En als de wind van die kant kwam, leek het net alsof ze dichterbij kwamen. Op zekere dag toen het wat rustiger leek, had Peter wat eieren gevonden en wilde deze eens lekker gaan bakken. Vlak bij de ingang van de schuilkelder had hij een vuurtje gemaakt waarop de pan met eieren heerlijk stond te bakken totdat … Plotseling begon het schieten weer en Wim en ik kropen de schuilkelder in. Even later werd de pan van het vuur geschoten en snelde Peter de kelder in. Hij vergat op tijd te bukken met als resultaat een grote bult op zijn hoofd. Zijn honger was voorlopig over.”

Vanuit ’t Vinkel moest de familie Timmers evacueren en werd op een adres in Rosmalen ondergebracht. Het leek net de vlucht naar Egypte. De familie Timmers bezat alleen nog een paard, een kruiwagen, een matras en een teil met wasgoed. De kruiwagen en het matras werden vervolgens gebruikt om een gewonde soldaat te vervoeren, dus bleven er niet veel bezittingen over. De familie Timmers mocht in Rosmalen gebruik maken van een schuilkelder van een zekere Van Osch. Hij had een fietsenwinkel en deed in verzekeringen. Door dit laatste kende Hannes Timmers hem.

Omdat het op dit adres in Rosmalen wel erg druk werd en het bericht doorkwam dat het rustig in Den Bosch was, keerden Mies en Nelly terug naar de Elzenstraat. Op een zondag, toen Nelly de tafel aan het dekken was en Mies zich aan het scheren was, hoorden ze plotseling het janken van een aangeschoten vliegtuig. Dit vliegtuig liet snel nog zijn bommen vallen en één ervan viel in hun achtertuin. De hele muur aan de achterzijde van het huis lag eruit. Door de luchtdruk vlogen de borden van tafel en werd de spiegel van de muur gerukt. Ze waren vreselijk geschrokken, maar leefden nog en waren zelfs niet gewond. Het vliegtuig stortte iets verder neer met als resultaat: 45 doden. Omstreeks 4 uur verliet het echtpaar van der Donk-Timmers hun woning om een veilig onderkomen te zoeken in het ziekenhuis St. Johannes de Deo waar broeder Elias (Theo van der Donk) werkzaam was.

“Op ons evacuatieadres in Rosmalen zagen we onze bevrijders uit een straatje tegenover het huis komen. Wij, in ieder geval Annie en ik, stonden uitbundig naar hen te zwaaien terwijl de bladeren van de bomen geschoten werden. We werden op een gegeven moment naar binnen gestuurd en dat was maar goed ook. Er werd nog zo enorm gevochten dat we niet eens de schuilkelder meer konden halen. En ook mevrouw Van Osch was elders weggedoken. Later bleek dat in een broeikasje te zijn dat geheel uit glas bestond. Maar ze was ongedeerd gebleven,” aldus Martien Timmers.

Toen het gezin Timmers in de Vinkelsestraat terugkeerde, had de familie tijdelijk in een schaftwagen haar onderkomen gevonden. Spoedig werd er provisorisch een woonruimte en een onderkomen voor het vee gebouwd. De winter viel vroeg in en het vee kreeg bovendien mond en klauwzeer. Een droevige start.

noodonderkomen
Lucie Premsela bij de restanten van de afgebrande boerderij

Na de bevrijding werd er in Rosmalen een ‘Schade-Enquête-Commissie’ in het leven geroepen om de geleden schade aan huisraad, gereedschappen, bedrijfsvoorraden (vee, hooi, stro, koren, enz.) in beeld te brengen.
In de Archieven ‘oorlog en bevrijding’ van de gemeente Rosmalen in het Stadsarchief te ’s-Hertogenbosch komen we alleen enkele bonnen tegen van gekocht textiel door Johannes Timmers die in aanmerking gekomen zijn voor vergoeding:

Mantel            59,00 gulden
Ondergoed      15,60
Hemden            4,15
Textiel            33,50
Totaal in februari 1945 uitgekeerd f. 112,25

Lucie Premsela en Hannes Timmers

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.