‘Marie de Mand’

De handelsgeest zat er al vroeg in bij Maria Timmers. Ze heeft het met de paplepel ingekregen want haar vader, Marinus Timmers, ging met porselein en aardewerk naar de markt en de kinderen werden al vroeg met de handel bekend gemaakt. De kinderen hebben echter allemaal het breekbare materiaal achter zich gelaten en zijn overgestapt op textiel. Voor moeder Truike Timmers-van den Broek was het naar de markt gaan haar lust en haar leven want op een gegeven moment was zij nog de enige die op de markt van St.-Oedenrode stond omdat de andere kooplui vonden dat er geen droog brood meer te verdienen viel. Haar reactie luidde: “Och, ik woon hier toch dus het is maar een kleine moeite.”

 

Geertruida Timmers-van den Broek

Vader Marinus Timmers was een zeer handige man. Naast het handeldrijven maakte hij allerlei soorten manden en dat feit heeft dochter Maria de bijnaam opgeleverd van ‘Maria de Mand’. Haar zoon Piet van der Donk zei hierover: “Ik denk dat veel mensen hier in de omgeving haar echte naam nooit geweten hebben.”

Maria Timmers

Maria Timmers trouwde in St.-Oedenrode op 4 mei 1921 met metselaar Hendrikus Augustinus van der Donk. Dit echtpaar kreeg vier kinderen: Piet, Truus, Mies en Marietje van der Donk. Na hun trouwen bleef vader aanvankelijk nog gewoon doorgaan met metselen en ging moeder met paard en wagen naar de markt en met een volgeladen transportfiets naar de mensen thuis toe. Die fiets was voor Maria eigenlijk veel te zwaar want als ze in het karrenspoor verkeerd terecht kwam en omviel, kon ze de fiets op eigen kracht niet meer overeind krijgen. Ze moest dan in de buurt altijd hulp gaan halen. Dit venten ging het hele jaar door. Piet vertelde dat vader op een gegeven moment, terwijl hij nog maar een jungske was, tegen hem zei: “Neem een touw mee en ga ons moeder eens zoeken want door al die sneeuw die tussen de spaken is gaan zitten, zal ze wel niet meer vooruit kunnen komen.” En net zo was het.

Toen vader van der Donk met het metselen gestopt was, werd een huis (voormalig melkfabriekje) in St.-Michielsgestel gekocht waar een winkeltje in gevestigd werd. Nou ja winkeltje, vertelde Piet “Mijn ouders hadden een winkeltje maar verkochten aan huis nauwelijks iets. Er stonden meestal meer dozen met handel in dan dat het als winkel ingericht was. Ik heb er na mijn trouwen pas een echte winkel van gemaakt waar mijn vrouw de verkoop regelde, terwijl ik naar de markten ging.”

Piet van der Donk

Piet van der Donk heeft het handeldrijven op zijn beurt weer van zijn moeder geleerd. Zodra hij van de lagere school kwam, ging hij er met een transportfiets op uit. “Je kon zo’n 8 tot 10 klanten per dag bedienen. Bij iedere klant moest je toch wel een half tot een heel uur uittrekken voordat je de spullen had kunnen laten zien. Moeder zei altijd: Jongen als je naar binnen gaat, zorg dan dat je altijd iets mee naar binnen neemt dat je op de keukentafel neerlegt en maak eerst tijd om een beetje te buurten. Je moet eerst het vertrouwen van de mensen winnen. Moeder had mooi praten want zij kon over de huiselijke beslommerin­gen praten of belangstellend naar een nieuwe wereldburger kijken en dat was voor mij toch wel iets moeilijker. Verder moest je rekening houden met hun dagindeling: voor 9 uur kon je nergens terecht, tussen 12 en 1 uur werd er gegeten en geslapen, na half 5 moest er gemolken worden dus dan kon je beter naar huis gaan. Naast stoffen had je ook ‘kleinvak’, dat wil zeggen elastiek, naalden, garen, knopen, etc. in een kistje bij je. In de winter had je bovendien altijd een stel moltondekens en half wollen dekens achterop je fiets. De transportfiets zat vaak zo vol dat alles precies een vaste plaats moest hebben omdat het anders niet meer paste. De meeste mensen waren altijd blij als je langskwam want de vrouwen van vroeger konden immers haast niet van huis weg.
In het begin deden wij onze inkoop vaak bij Joden omdat zij dĂ© mannen op het gebied van textiel waren.”

De tijden veranderden, het venten ging eraf en de transportfiets werd ingeruild voor een auto om daarmee alleen nog maar naar de markten te gaan. In 1998 is Piet van der Donk definitief met het werken gestopt maar het handeldrijven blijft in de familie want zijn zoon heeft de zaak overgenomen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.