Timmers in de brand

Johannes (Jan) Timmers, geboren te Uden op 28 mei 1826 als zoon van Aeldert Timmers en Ardina Pepers en overleden te Freedom (Wisconsin U.S.A.) 18 juni 1906. Hij trouwde te Veghel op 21 februari 1851 met Maria van de Rijt. Zij werd geboren te Veghel op 5 augustus 1826 als dochter van Adriaan van de Rijt en Catharina Govers en overleed te Menasha (Wisconsin) op 20 oktober 1904 en werd begraven te Kaukauna.

De Volksstem, 27 februari 1901:
“Mr en Mrs Timmers vierden hunne gouden bruiloft.
De geschiedenis van Mr. en Mrs. John Timmers van Kaukauna, die dezer dagen hunne gouden bruiloft vierden, toont dat hun pad niet steeds met bloemen is bestrooid geweest. Den 12den Februari 1851 traden zij in Holland in het huwelijk en drie jaren later verhuisden zij naar de Ver. Staten om hier hun geluk te zoeken. Zij landden te Milwaukee en omtrent het jaar 1870 zetten zij zich neer op een groote farm bij Peshtigo, in Marinette Co., terwijl Mr. Timmers en zijne twee zonen vonden werk in de zaagmolens. Zij waren gelukkig en voorspoedig tot den verschrikkelijken brand van den 8sten October 1871, toen de eenige schuilplaats tegen de vlammen die 2000 personen konden vinden, bestond in de rivier welke de town doorstroomt. Mr. Timmers en zijne familie, bestaande uit vrouw en acht kinderen, bleven tezamen en waadden in het water. Een der oudere zoons en twee der jongeren stikten door den dichten rook en uit de 2.000  personen kwamen er 400 om het leven; 100 dezer verbrandden levend, de anderen verstikten.
Na al hun eigendom en drie hunner kinderen te hebben verloren, verlieten zij ontmoedigd de plaats en Mr. Timmers is nooit ten volle van de ramp hersteld.

Mr. Timmers diende tien jaren in het leger in zijn geboorteland en mede in den Burgeroorlog in de Ver. Staten. Hij trekt een pensioen en is 75 jaren oud, terwijl zijne vrouw twee en een half jaar jonger is. Van de elf kinderen uit hun echt gesproten, zijn er nog drie in leven: John, broeder in een Capucijner klooster te Detroit, Konrad van Kaukauna en Mrs. John Heintz van Menasba. Allen waren op de gouden bruiloft hunner beminde ouders tegenwoordig.

Mr. en Mrs. Timmers mochten op den dag van hun 50jarig huwelijksfeest vele bewijzen van belangstelling ontvangen en De Volksstem, wier trouwe lezer Mr. Timmers sedert jaren geweest is, hoopt dat het den geachten jubilarissen gegeven moge zijn eens ook hun diamanten bruiloft te mogen vieren.”

Over die verschrikkelijke brand lezen we het volgende:

De Volksvriend
“ October Brandmaand Voor Het Jaar 1871
Gelijkertijds Branden In Chicago, Holland en Peshtigo.
October I87I was de maand van brand. Terwijl wij op school waren in Holland, Mich., hoorden wij nu en dan de heel oude burgers spreken over de brand die zij aldaar hadden in dien maand. Ook die toen nog betrekkelijk kleine plaats werd haast in asch gelegd. Overmits de brand in Chicago zulk een reusachtige afmeting had wordt aan de andere branden niet gedacht. Maar wij noemen hier nog een brand die, wat verlies in menschen levens betrof — en dit is toch het voornaamste — bijna drie maal zoo erg was als de brand in Chicago. Op denzelfden dag, 9 Oct., dat de brand in Chicago begon, was er ook brand in Peshtigo, Wis., een stad van 2000 inwoners en gevestigd in het boschland dier staat. Aldaar waren pakhuizen vol met pas gezaagd hout, een fabriek, waar deuren en ramen en kozijnen gemaakt werden, gewone winkels en omstreeks 350 woonhuizen gevestigd aan beide zijden der Peshtigo Rivier. Deze brand kwam zoo snel. Zondag avond zag men een roode wolk in het zuidelijk gedeelte der stad. Een gas ontploffing had plaats en in een oogenblik had een sterke draai wind de stad rondom in brand gezet. Zelfs het verst verwijderd van het vuur was de hitte gelijk een vlaag voortschietende uit een fornuis. De geweldige draaiwind beurde de daken der gebouwen op en wierp die dan hier en daar brandend neder. De brand brak daarom in groote getallen uit. Een brandweer bestaande uit vrijwilligers maakte een vergeefsche poging tot blusching, maar zij kwamen zeer spoedig zelf in de vlammen om. Het laat zich gemakkelijk verstaan dat het volk geheel wild werd. Sommigen, het is waar, waren zoo met vrees en angst bevangen dat zij zich niet eens konden bewegen en verbranden ter plaatse alwaar zij zich bevonden. Een 50-tal snelden naar een baksteenen gebouw koesterende de hoop dat de steenen muren hen bewaren zouden. Al wat van deze 50 overig was in den morgen bestond uit een hoopje witte asch, en twee horlogies die stil waren gaan staan, de een om 10:05 en de andere om 10:10.

De rivier bood de eenigste veiligheid. Hier vloog men heen. Zij die in .het oostelijk gedeelte der stad wilden over de brug naar het westelijk gedeelte vlieden, en de anderen naar het oostelijk gedeelte. Zij ontmoeten elkander op den brug. Deze kwam in brand, paarden, wagens en menschen storten in het water en in het vuur, makende hun dood dubbel gewis! Maar velen die tot het hoofd toe zich onder water gehouden hadden mochten hun leven bewaren. Op eene plaats hadden een 150 personen zich geheel plat op den grond geplaatst. Dezen hadden geen koude geleden gelijk zij die in de rivier waren noch hadden zij van het vuur geleden. Een aantal Zweden waren bezig geweest een gracht te graven tegen het vuur, maar in den morgen vond men niet meer dan het ijzer hunner spaden. In een ijzerwinkel waren 60 dozijn bijlen. Deze waren allen in één gesmolten en vormden een groote klomp gesmolten staal. Bij Maandagmorgen was er niets meer over van Peshtigo en rondom liggende wouden. Zoo ver men zien kon lag alles in asch. Van de 2000 inwoners waren er 600 in de vlammen omgekomen en het was een groot wonder dat er nog zoo velen het leven bewaard hadden. Velen hadden erge brandwonden. Met het oog op boven genoemde feiten was de Peshtigo brand nog erger dan de Chicago brand, hier kwamen 600 menschen in om aldaar maar 250.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.